Reflectie musea Rotterdam.
Het eerste museum waar ik met mijn groepje naartoe ben geweest was het Boymans van Beungingen museum. Daar ging het nu voornamelijk om de tentoonstelling The Art of Fashion. Er waren hele interessante en aparte kledingstukken te zien.
Ik heb er best veel inspiratie op gedaan over hoe je met hele simpele materialen een goed kledingstuk kunt maken. Ook heb ik goed kunnen bekijken hoe de kledingstukken in elkaar zaten, en dus heb ik nieuwe technieken gezien die ik later in mijn eigen werkstukken ook zou kunnen toepassen. Dus ik heb er veel van geleerd. Dat is wel een ontwikkelingspunt voor mijzelf. Een ander ontwikkelingspunt vind ik dat ik nu heel goed gezien heb dat de presentatie van kunstwerken een heel belangrijke rol speelt. Bij The Art of Fashion was het licht niet goed, en kwamen de kledingstukken niet tot hun recht zoals ze op de etalagepoppen gehangen waren. Dat is natuurlijk erg zonde. En daarom had ik zo iets van; oei daar moet je dus wel mee uitkijken.
Mijn denkbeeld is hierbij niet echt heel veel veranderd. Ik wist wel dat je kledingstukken niet per sé alleen maar van stof moet maken, maar dat het ook bijvoorbeeld van plastic zakken kan. Maar van de andere kant, is mijn denkbeeld over de echte mode kleding voor op de catwalk wel een beetje veranderd. Want ik heb nu gezien dat het ook kleding kan zijn die je niet in het alledaagse leven tegen komt. Vroeger dacht ik altijd dat mode ontwerpers kleding maakten die ook echt door mensen gedragen konden worden naar school of naar het werk. Maar The Art of Fashion geeft een goed voorbeeld van kledingstukken die je niet over straat aan kan trekken. Zoals een jurk die gemaakt is van een deken en waar verschillende grote kussens aan vast gemaakt zijn.
Fotomuseum Rotterdam.
Het tweede museum was het Nederlands Fotomuseum. Daar hadden ze een tentoonstelling over Brazilië samengesteld. De foto’s lieten een schokkende realiteit zien over het nacht- en straatleven van Brazilië. De foto’s hebben voornamelijk mijn denkbeeld over Brazilië veranderd. Want de foto’s waren niet echt allemaal even positief. Ze lieten heel veel vrouwen zien die in de prostitutie zaten en dus van alles met hun lijven lieten doen door mannen.
De interactieve kunst was erg leuk. Dan moest je voor een scherm gaan staan en dan werd jijzelf op dat scherm geprojecteerd door middel van een camera. Ondertussen kwamen er dan vreemde figuren op jouw lijf te staan, op het scherm. Je kon bijvoorbeeld een kreeftenkop krijgen. En zo zie je maar weer dat het voor het publiek ook leuk is als ze een keer écht deel kunnen uitmaken van een kunstwerk. Het is wel weer eens een keer wat anders dan alleen maar naar kunstwerken kijken, en er nu dan zelf aan mee te doen.
Mijn ontwikkeling hierin is dus dat ik geleerd heb dat het voor de mensen die naar jouw kunstwerk komen kijken, ook wel eens leuk is dat ze ook daadwerkelijk iets kunnen dóén met jouw kunstwerk. Niet alleen er naar kijken, maar er ook een deel van uitmaken of er zelf mee aan de slag gaan.
Reflectie over 3 artikelen van Mr Motley.
1; The Art of Shopping.
Ik vond het wel erg vreemd om te lezen dat ze in Hong Kong zo weinig met kunst hebben en alleen maar bezig zijn met shoppen.
Ik dacht juist omdat het daar zo groot is allemaal en dat het daar zo bruist, dat de kunst daar júíst geliefd zou zijn. Maar blijkbaar is dat dus niet zo. Ook vind ik het raar om te lezen dat de commercie zo’n grote rol speelt in het maken van kunst. Want de kunstenaars maken wel dingen die echt voor de markt bedoeld zijn. Mijn denkbeeld is juist dat kunst niet altijd commercieel hoeft te zijn, want anders wordt het ook zo oppervlakkig.
Kunst moet wel iets te vertellen hebben. Of het nu een duidelijke of tegendraadse boodschap heeft. Dus dat vond ik wel interessant om te lezen, over hoe er in Azië naar kunst gekeken wordt.
Artikel 2; Het boek der lusteloosheid.
Het gaat over het boek der rusteloosheid. Maar ik vind de titel van het artikel eigenlijk wel passender. Als je het artikel leest, heb je bijna al geen zin meer om aan het boek te beginnen. Hierdoor zie ik dat je, als je wilt dat mensen jouw boek gaan lezen, je je boek wel moet aanprijzen. En geen artikel gaat schrijven waarbij je mensen bestookt met filosofische vragen. Misschien ben ik nu wel wat kortzichtig, maar ik vond het een vaag artikel. Ik snapte het na 3 keer lezen nog steeds niet. Sommige van die filosofische vragen werden heel vreemd gesteld. Maar van de andere kant heeft het me wel inspiratie gegeven om het artikel vaker te lezen en ook serieus over sommige vragen te gaan nadenken.
Dus dat is misschien dan wel weer goed aan het artikel.
Artikel 3; I make maintenance art one hour every day.
Ik vond het heel interessant om te lezen dat de kunstenares Mierle Laderman Ukeles kunst maakte met de onderhoudswerkers van het museum.
Het is wel leuk dat ze kunst gaat maken door middel van gewone mensen te fotograferen etc. De onderhoudswerkers van het museum kunnen op een formulier invullen op welk uur van de dag zij kunst maken. De ben wel geïnspireerd door het denkbeeld van de kunstenares. Zij wil dat mensen zich realiseren dat zij verantwoordelijk zijn voor het produceren van afval. En dat die afval dan in stilte weer wordt schoongemaakt door de onderhoudswerkers. Zij wil dus met haar kunstwerk mensen iets duidelijk maken.
Over de manier waarop we leven en dingen doen. Dat is wel iets leuks om in je eigen werkstukken te verwerken. Dus dat is wel een inspiratie.
Mijn eigen mentaliteit is wel veranderd. Want als ik sommige kunstwerken niet echt interessant vind of ik hou niet van een bepaalde stijl waarin het kunstwerk gemaakt is, dan had ik snel de neiging om er heel eventjes naar te kijken en dan meteen weer weg te lopen. Nu heb ik geleerd dat ik eerst wat langer naar een kunstwerk moet kijken. Dan bekijk je het op een gegeven moment op een andere manier. En dan is het ineens niet meer zo oninteressant als dat je eerst dacht.